Zo ontstond de maan waarschijnlijk
Lang geleden was de aarde nog heel jong. Ze was gloeiend heet. Een groot deel van haar oppervlak was waarschijnlijk vloeibaar gesteente. Er gebeurde toen iets heel groots.
Waarschijnlijk botste een hemellichaam zo groot als Mars, dat wetenschappers Theia noemen, tegen de jonge aarde. Die botsing was enorm.
Door de klap vloog veel puin de ruimte in. Stukken gesteente en stof bleven rond de aarde bewegen. Door zwaartekracht en botsingen kwamen veel stukken samen. Zo ontstond waarschijnlijk onze maan.
De magmazee koelt af
Na de botsing bleef de aarde nog heel lang gloeiend heet. Waarschijnlijk was bijna het hele oppervlak vloeibaar gesteente. We noemen dit de magmazee.
De aarde gaf langzaam warmte af aan de ruimte. Het gesteente aan de buitenkant koelde af.
Toen het gesteente kouder werd, werd het hard. De buitenste laag van de magmazee stolde. Zo ontstond de eerste vaste aardkorst. Deze korst was nog dun. Op veel plaatsen kon ze breken.
Gassen vormen de eerste atmosfeer
Onder de dunne aardkorst zat nog altijd heet, vloeibaar gesteente. Daar zaten ook gassen in.
Op veel plaatsen kwamen gassen uit vulkanen. Ook inslagen brachten gassen en water mee. Zo groeide rond de aarde een vroege atmosfeer.
Deze vroege atmosfeer was heel anders dan nu. Ze bevatte onder andere:
- waterdamp
- koolstofdioxide
- zwavelgassen
Er zat bijna geen zuurstofgas in deze lucht. Mensen en dieren hadden er niet kunnen ademen.
Regen vormt de oceanen
De aarde bleef verder afkoelen. Ook de lucht rond de aarde werd stilaan kouder.
Toen de lucht kouder werd, veranderde waterdamp in kleine druppels. Dat heet condenseren. Zo ontstonden wolken.
Uit die wolken viel veel regen. Veel water verzamelde zich in lage delen van de aardkorst. Zo konden de eerste oceanen ontstaan.
Onafhankelijk daarvan brachten ook waterrijke ruimtebrokken, zoals sommige asteroïden en ijskometen, water mee naar de jonge aarde.
Moeilijke woorden
- Magmazee: een grote laag vloeibaar, gloeiend heet gesteente op de jonge aarde.
- Aardkorst: de harde, vaste buitenste laag van de aarde.
- Atmosfeer: de laag gassen rond de aarde.
- Condenseren: wanneer waterdamp verandert in vloeibaar water.
- Oceaan: een heel groot gebied met water op aarde.
- Theia: de naam voor het mogelijke hemellichaam dat volgens de belangrijkste theorie tegen de jonge aarde botste.
- Ruimtebrokken: stukken gesteente of ijs die door de ruimte bewegen, zoals asteroïden en kometen.
- IJskometen: kometen met veel ijs die bij een inslag water kunnen meebrengen.