Twee dingen komen van de zon
De zon stuurt twee soorten dingen naar de aarde. Je moet ze goed uit elkaar houden.
- Nuttig zonlicht: dat kan je zien. Planten en sommige microben gebruiken het als energie om te leven en te groeien. Zonder licht gaat dat niet.
- Schadelijke uv-straling: die kan je niet zien. Ze is onzichtbaar. Te veel ervan maakt levende wezens kapot. Uv-straling is ook de reden dat je vandaag verbrandt in de zon.
Het licht is dus nodig. De uv-straling is gevaarlijk. In dit verhaal gaat het over allebei.
Het onleefbare land en het beschermende water
Lang geleden zag de aarde er heel anders uit. Er was al water, maar op het land was het gevaarlijk.
Er kwam toen veel schadelijke uv-straling op de aarde. Hoog in de lucht was er nog geen laag die deze uv-straling kon tegenhouden. Op het droge land was leven daardoor bijna onmogelijk.
In het water was dat anders. De uv-straling dringt wel in het water, maar ze wordt er stilaan tegengehouden. Hoe dieper je gaat, hoe minder uv-straling er nog overblijft.
Vlak onder het oppervlak is het dus nog niet veilig. Diep in het water wel. Daarom begon het eerste leven waarschijnlijk in het diepe water.
De zuurstof-revolutie
Sommige microben konden iets bijzonders. Ze gebruikten het nuttige zonlicht als energie om te leven en te groeien.
Bij dat proces kwam een gas vrij: zuurstof. Dat gas ontsnapte als kleine belletjes in het water.
Zonder licht stopte dat proces meteen. Het zonlicht was dus de motor. Merk op: het licht hielp deze microben, terwijl de onzichtbare uv-straling hen net kon doden. Daarom bleven ze onder water.
De grote ijstijd
Veel later werd de aarde opnieuw sterk kouder. Ongeveer 700 miljoen jaar geleden was de aarde lange tijd bedekt met ijs.
Wetenschappers zoeken nog uit hoe dat precies kwam. Waarschijnlijk speelden veel dingen samen een rol.
Grote delen van de zee vroren dicht onder een dikke laag ijs en sneeuw. Diep onder het ijs bleef het water vloeibaar. Daar hield het leven stand.
Toen het ijs later smolt, kwam er weer licht en ruimte. Na deze ijstijd verschenen steeds meer dieren met veel cellen in de zee.
Een nieuwe wereld
Al die tijd bleven microben zuurstof maken. Zo kwam er stilaan veel zuurstof in het water en later ook in de lucht.
Hoog in de lucht ontstond uit die zuurstof een laag: de ozonlaag. Dat gebeurde niet in één keer. De ozonlaag werd stilaan sterker.
Die laag werkt als een filter. Denk aan een zonnebril of aan zonnecrème. Die houden ook het gevaarlijke deel tegen, maar je ziet en voelt de zon nog altijd.
- De onzichtbare schadelijke uv-straling wordt grotendeels door de ozonlaag tegengehouden.
- Het nuttige zonlicht gaat er wel gewoon door en valt tot op het land.
Zo werd het land stilaan veilig genoeg. Er was nog altijd licht en warmte, maar niet langer te veel uv-straling.
Tussen ongeveer 400 en 365 miljoen jaar geleden kropen de eerste dieren met vier poten uit het water het land op. Dat ging heel traag, over vele miljoenen jaren. Dat waren de voorouders van de amfibieën en de reptielen.
De ozonlaag bestaat vandaag nog altijd. Ze beschermt ons nu ook.
Moeilijke woorden
- Microbe: een levend wezen dat zo klein is dat je het niet met je ogen kan zien.
- Nuttig zonlicht: het licht van de zon dat je kan zien. Het geeft energie aan planten en aan sommige microben.
- Uv-straling: onzichtbare energie van de zon. Te veel ervan is gevaarlijk voor levende wezens. Uv staat voor ultraviolet.
- Zuurstof: het gas dat mensen en dieren nodig hebben om te ademen.
- Ozonlaag: een laag hoog in de lucht, gemaakt uit zuurstof. Ze houdt de schadelijke uv-straling grotendeels tegen en laat het nuttige zonlicht door.
- Filter: iets dat een deel tegenhoudt en een ander deel doorlaat.
- Meercellig: gemaakt uit veel cellen samen, zoals een visje. Een microbe bestaat maar uit één cel.
- IJstijd: een heel lange periode waarin het op aarde veel kouder is dan nu.
- Amfibie: een dier dat zowel in het water als op het land kan leven, zoals een kikker of een salamander.