De oerknal: het begin van het heelal
Ongeveer 13,8 miljard jaar geleden begon de geschiedenis van het heelal. Het jonge heelal was toen heel heet. Alles zat heel dicht op elkaar.
Het heelal begon snel groter te worden. Dat noemen we de oerknal.
Na de oerknal waren er nog geen sterren, zon of aarde. De eerste sterren ontstonden pas veel later. Nog later waren er wolken met gas en stof.
Veel later ontstond een grote wolk van gas en stof. Uit die wolk ontstonden onze zon en planeten.
Een wolk van gas en stof
Die wolk noemen we de zonnenevel. Ze bestond uit heel veel kleine deeltjes. Die deeltjes bewogen door elkaar.
Dit gebeurde ongeveer 4,6 miljard jaar geleden. Dat is veel later dan de oerknal. Er waren toen nog geen dinosauriërs.
In deze wolk zat materiaal waaruit later onze zon en planeten ontstonden.
De zwaartekracht trekt de wolk samen
Door de zwaartekracht trok de zonnenevel langzaam samen. Zwaartekracht trekt dingen naar elkaar toe.
De deeltjes kwamen steeds dichter bij elkaar. Daardoor trokken ze elkaar sterker aan. De wolk werd kleiner. In het midden werd het steeds warmer.
In het midden werd het heel heet en dicht. Daar begon kernfusie. Bij kernfusie komt heel veel energie vrij als warmte en licht. Zo begon onze zon te stralen.
Puin botst en groeit tot de aarde
Rond de jonge zon bleef veel materiaal over. Het bestond uit stof en brokken steen. Het draaide rond de zon in een grote, platte schijf.
De stukjes botsten vaak tegen elkaar. Soms bleven ze aan elkaar vastzitten. Zo groeiden kleine stukjes uit tot grotere brokken.
- Eerst waren het korreltjes stof.
- Daarna werden het kleine steentjes.
- Later groeiden ze uit tot rotsblokken.
- Ten slotte ontstonden grote hemellichamen en planeten.
Door botsen en samenklonteren groeide onze aarde stap voor stap.
De jonge, gloeiende aarde
De jonge aarde was gloeiend heet. Een groot deel van het gesteente was gesmolten. Gesmolten gesteente noemen we magma.
Zwaar ijzer zakte door het vloeibare gesteente naar het midden. Daar vormde het de kern.
Lichter gesteente bleef boven de kern. Dat vormde de mantel. Zo ontstonden diep in de aarde de kern en de mantel.
De aardkorst ontstond later, toen de buitenkant van de aarde afkoelde.
Moeilijke woorden
- Zonnenevel: een grote wolk van gas en stof waaruit onze zon en planeten ontstonden.
- Zwaartekracht: de kracht die dingen naar elkaar toe trekt.
- Kernfusie: in het midden van de zon verandert waterstof in helium. Daarbij komt veel energie vrij.
- Kern: het middelste, zware deel van de aarde.
- Mantel: de laag van heet gesteente rond de kern van de aarde.